Deepfakes als bewijs: hoe advocaten digitale producties toetsen, betwisten en verdedigen
Een foto, een geluidsopname of een video droeg lange tijd een stilzwijgende aanname met zich mee: het vervaardigen ervan was moeilijk genoeg om aan te nemen dat er werkelijk iets was gebeurd. Die aanname is verdwenen. Het praktische gevolg voor de procespraktijk is niet dat rechtbanken worden overspoeld met verzonnen producties. Het is dat echtheid, die vroeger in één zin werd erkend, nu bewijsbaar moet zijn — en dat de partij die zich daarop voorbereidt het punt wint.
Kort gezegd: het Nederlandse en Europese bewijsrecht bevat de instrumenten al; advocaten moeten ze alleen daadwerkelijk gebruiken. Stel het originele bestand veilig in plaats van een kopie, leg de staat ervan vast met een hashwaarde en een gekwalificeerd tijdstempel, documenteer hoe het is verkregen, en betwist de echtheid met concrete gronden in plaats van met een algemene verdachtmaking. Vertrouw niet op de labelverplichtingen van de AI-verordening om te bepalen of een bestand echt is, en niet op het percentage van een detectietool om te bewijzen dat het dat niet is.
Waarom dit sinds augustus 2026 een acute procesvraag is
Artikel 50 van de AI-verordening geldt sinds 2 augustus 2026. Aanbieders van AI-systemen die synthetische audio, beeld, video of tekst genereren, moeten die output machineleesbaar markeren en detecteerbaar maken als kunstmatig gegenereerd of gemanipuleerd. Gebruiksverantwoordelijken van een systeem dat een deepfake voortbrengt, moeten bekendmaken dat de inhoud kunstmatig is gegenereerd of gemanipuleerd (1). De verordening omschrijft een deepfake als door AI gegenereerde of gemanipuleerde beeld-, audio- of video-inhoud die lijkt op bestaande personen, voorwerpen, plaatsen, entiteiten of gebeurtenissen en ten onrechte echt of waarheidsgetrouw overkomt.
De Commissie stelde haar definitieve richtsnoeren bij die transparantieverplichtingen op 20 juli 2026 vast (2). Op 10 juni 2026 verscheen een vrijwillige praktijkcode over transparantie van door AI gegenereerde inhoud, die eind juli 2026 door ongeveer 190 organisaties was ondertekend (3). De Digitale Omnibus voor AI, in werking sinds 27 juli 2026, liet het transparantieregime in stand, maar geeft bepaalde generatieve systemen die al op de markt waren tot 2 december 2026 om aan de markeringsplicht te voldoen (4).
Wie dat kader leest als procesadvocaat en niet als compliance-adviseur, ziet één dominant kenmerk: het reguleert de eerlijke partij. Een aanbieder die zich aan artikel 50 houdt, markeert zijn output. Een gebruiksverantwoordelijke die zich eraan houdt, maakt het bekend. Wie een opname vervalst om een procedure te winnen, doet geen van beide en kiest juist het gereedschap met de minste beperkingen. Transparantieregels verbeteren het informatieklimaat. Zij maken de productie op uw bureau niet echt.
Elders wordt nog nagedacht. In de Verenigde Staten bleven voorstellen voor een nieuwe Federal Rule of Evidence 707 over machinaal gegenereerd bewijs en een Rule 901(c) over deepfakes in mei 2026 op de studieagenda van de bevoegde adviescommissie staan in plaats van te worden voorgedragen voor vaststelling (11). Er is voorlopig geen rechtsstelsel waarin een advocaat kan wachten tot een regel dit probleem voor hem oplost.
Twee soorten misslagen, niet één
Echtheidsdiscussies lopen in twee tegengestelde richtingen mis, en een kantoor dat zich op één daarvan voorbereidt, is half voorbereid.
De eerste is de voor de hand liggende: een vervalst of bewerkt bestand wordt aanvaard omdat niemand het heeft getoetst. Een spraakbericht dat nooit is ingesproken. Een foto van schade die is gegenereerd in plaats van gemaakt. Een screenshot van een gesprek dat is samengesteld in plaats van vastgelegd. De productie is aannemelijk, de termijn is kort, en de wederpartij richt zich op wat de opname lijkt te tonen in plaats van op de vraag waar die vandaan komt.
De tweede is stiller en komt in de praktijk vaker voor: echt materiaal wordt onschadelijk gemaakt door een niet onderbouwde stelling dat het synthetisch is. Robert Chesney en Danielle Citron noemden dit in 2019 het liar’s dividend, het voordeel van de leugenaar: naarmate het publiek zich meer bewust wordt van deepfakes, wordt ontkennen goedkoper, omdat een partij niets meer hoeft te vervalsen om twijfel te zaaien (10). Wie inhoudelijk niets tegen een belastende opname heeft in te brengen, kan nu volstaan met de stelling dat opnamen niet te vertrouwen zijn, en verschuift zo de kosten van het bewijs naar de partij die zorgvuldig heeft gehandeld.
Beide misslagen hebben dezelfde oorzaak en hetzelfde antwoord. Herkomst wordt vastgelegd op het moment dat materiaal het dossier binnenkomt, of zij moet later worden gereconstrueerd tegen veel hogere kosten en met veel minder zekerheid.
Wat het bewijsrecht nu al biedt
Er bestaat een hardnekkig idee dat het Europese bewijsrecht geen antwoord heeft op synthetische media. In werkelijkheid sluiten de algemene beginselen goed aan; ze leggen het werk alleen bij partijen.
De vrije bewijsleer is het vertrekpunt in de stelsels waarin de meeste Europese handelsgeschillen worden beslecht. In Nederland bepaalt artikel 152 Rv dat bewijs door alle middelen kan worden geleverd tenzij de wet anders bepaalt, en dat de waardering van het bewijs aan het oordeel van de rechter is overgelaten (13). In Duitsland schrijft § 286 ZPO voor dat de rechter naar vrije overtuiging beslist met inachtneming van de gehele inhoud van het processuele debat, en slechts in de door de wet aangewezen gevallen aan wettelijke bewijsregels is gebonden (14). Ook het Franse recht laat het bewijs van rechtsfeiten met alle middelen toe. Een synthetisch bestand wordt dus niet door een categorische regel uitgesloten, en een echt bestand wordt er evenmin door toegelaten. Alles draait om overtuigingskracht.
Nuttiger zijn de bepalingen die de bewijslast verdelen zodra de echtheid deugdelijk wordt betwist.
- Nederland. Artikel 159 lid 2 Rv bepaalt dat een onderhandse akte waarvan de ondertekening stellig wordt ontkend door de partij tegen wie zij dwingend bewijs zou opleveren, geen bewijs oplevert zolang niet is bewezen van wie die ondertekening afkomstig is. Die bewijslast rust op de partij die zich op het stuk beroept.
- Duitsland. § 440 lid 1 ZPO bepaalt dat de echtheid van een niet erkende onderhandse akte moet worden bewezen. § 371a verklaart de regels over de bewijskracht van onderhandse akten van overeenkomstige toepassing op elektronische documenten met een gekwalificeerde elektronische handtekening, en bepaalt dat de schijn van echtheid alleen kan worden ontzenuwd door feiten die ernstige twijfel over het auteurschap rechtvaardigen (14).
- Frankrijk. Artikel 287 van de Code de procédure civile schrijft voor dat de rechter, wanneer de ontkenning een elektronisch geschrift of een elektronische handtekening betreft, nagaat of aan de voorwaarden van de artikelen 1366 en 1367 van de Code civil is voldaan: de opsteller moet naar behoren kunnen worden geïdentificeerd en de integriteit moet zijn gewaarborgd door de wijze van opstellen en bewaren. Artikel 1379 van de Code civil kent aan een betrouwbare kopie dezelfde bewijskracht toe als aan het origineel, met een weerlegbaar vermoeden van betrouwbaarheid voor een kopie waarvan de integriteit in de tijd wordt gewaarborgd door een bij decreet geregeld procedé (15).
Twee grensoverschrijdende instrumenten verdienen in dit verband meer bekendheid. Op grond van de eIDAS-verordening geniet een gekwalificeerd elektronisch tijdstempel het vermoeden dat de aangegeven datum en tijd juist zijn en dat de gegevens waaraan zij zijn gekoppeld ongewijzigd zijn, en wordt het in elke lidstaat erkend (5). Dat is een zeldzaam, goedkoop en overdraagbaar bewijsvoordeel, beschikbaar voor ieder kantoor dat bereid is één handeling aan zijn intakeroutine toe te voegen. Daarnaast betekent het beginsel van hoor en wederhoor uit artikel 6 EVRM dat een partij kennis moet kunnen nemen van het bewijs waarop een beslissing steunt en zich daarover effectief moet kunnen uitlaten, deskundigenrapportage inbegrepen. Een rechter die een echtheidsgeschil beslecht op een deskundigenbericht dat partijen niet hebben kunnen toetsen, staat in hoger beroep zwak.
De echtheidsanalyse in zeven stappen
De volgende volgorde werkt zowel voor materiaal van de eigen cliënt als voor materiaal dat van de wederpartij, een toezichthouder of een derde komt. De volgorde is niet willekeurig: elke stap is goedkoper en effectiever wanneer de vorige is gezet.
1. Vraag het origineel, niet een kopie van een kopie
Vraag het bestand zoals het bestaat op het apparaat of in het account waar het is gemaakt of ontvangen, samen met de omliggende items in dezelfde map of hetzelfde gesprek. Wat in de praktijk binnenkomt is meestal iets anders: een doorgestuurd WhatsApp-bericht, een afbeelding die in een presentatie is geplakt, een schermopname van een scherm, een pdf-export van een chat. Elke tussenstap hercodeert het bestand, wist of herschrijft metadata en vernietigt precies de sporen waarop een onderzoeker zou afgaan. Het onderscheid dat u moet vastleggen is dat tussen een kopie die inhoudelijk getrouw is en een kopie die als object getrouw is. Alleen de tweede is bruikbaar in een echtheidsdiscussie.
2. Bevries de staat: hashwaarde, tijdstempel, ontvangstnotitie
Bereken een cryptografische hashwaarde van het bestand zoals het is ontvangen en leg die vast. Zet er een gekwalificeerd elektronisch tijdstempel op, zodat de staat van het materiaal op een bepaald moment het eIDAS-vermoeden draagt. Schrijf vervolgens een korte ontvangstnotitie zolang de gegevens nog vers zijn: wie het stuk heeft aangeleverd, op welke datum, via welk kanaal, van welk apparaat of account, wat die persoon over de herkomst heeft verklaard en wat er daarna mee is gebeurd. Drie zinnen op de dag van ontvangst zijn meer waard dan een verklaring die anderhalf jaar later wordt opgesteld.
3. Reconstrueer de bewijsketen
De keten loopt van het moment van vastlegging tot het moment waarop het stuk in het geding wordt gebracht, en elk onverklaard gat is een opening voor de wederpartij. Leg vast waar het bestand is bewaard, wie er toegang toe had, of het is bewerkt, geconverteerd of gecomprimeerd, en welke kopie in het geding wordt gebracht. Binnen een kantoor betekent dit ook: onderdruk de reflex om de video van een cliënt even per e-mail rond te sturen, want daarmee ontstaat een tweedegeneratiekopie die vervolgens per ongeluk de werkversie wordt.
4. Lees eerst de bestandsgegevens, dan pas het beeld
Onderzoek op bestandsniveau kijkt naar het bestand en niet naar het tafereel: aanmaak- en wijzigingstijden, apparaat- en software-identificatoren, encodersignaturen, kleurprofiel, compressiestructuur, eventuele locatiegegevens en interne tegenstrijdigheden, zoals een bestand dat volgens de gegevens door de ene toepassing is gemaakt maar de structuurkenmerken van een andere draagt. Metadata zijn tegelijk informatief en eenvoudig te manipuleren; ze kunnen een conclusie ondersteunen maar zelden dragen. Hun grootste waarde is vergelijkend: het betwiste bestand naast bestanden waarvan de herkomst vaststaat, van hetzelfde apparaat, uit dezelfde periode en met dezelfde instellingen.
5. Beoordeel herkomstgegevens, en ken hun grenzen
Content Credentials, het herkomstformaat van de C2PA dat als ISO 22144 wordt gestandaardiseerd, voegen een cryptografisch ondertekend manifest toe waarin staat hoe een bestand is vastgelegd of bewerkt en met welke gereedschappen (8). Waar zo’n manifest aanwezig en intact is, heeft het echte bewijswaarde. Drie beperkingen horen in dezelfde adem te worden genoemd. Een ondertekend manifest zegt iets over de vastgelegde geschiedenis, niet over de juistheid van wat is afgebeeld. Herkomstgegevens verdwijnen bij gewoon delen, zodat hun afwezigheid niets zegt. En een manifest kan net zo goed vastleggen dat een bestand door een AI-systeem is gemaakt als dat het met een camera is opgenomen. Voor de markeringen uit de AI-verordening geldt hetzelfde: hun aanwezigheid wijst op een eerlijke maker, hun afwezigheid wijst nergens op.
6. Ga over tot deskundigenonderzoek en formuleer de vraagstelling scherp
Onderzoek op inhoudsniveau is deskundigenwerk: sensor- en ruispatronen, compressiegeschiedenis, consistentie van licht en geometrie, fysiologische aannemelijkheid van gezichten en stemmen, synchronisatie van lipbeweging en geluid, en artefacten van generatoren. De Europese ijkpunten zijn de best practice manuals van ENFSI, in het bijzonder die voor digitale beeldauthenticatie (6) en die voor authenticiteitsonderzoek van digitale audio (7). Ze zijn ook voor de opdrachtgevende advocaat de moeite waard, omdat ze beschrijven wat een deugdelijk onderzoek wel en niet kan vaststellen en in welke bewoordingen conclusies horen te worden geformuleerd.
Stel vragen die een deskundige daadwerkelijk kan beantwoorden. Niet “is dit een deepfake?”, maar: is het bestand intern consistent met vastlegging door het genoemde apparaat; zijn er aanwijzingen voor hercodering of plaatselijke bewerking; kan het betwiste bestand worden vergeleken met referentiemateriaal uit dezelfde bron; welke alternatieve verklaringen blijven open; en hoe sterk is de steun voor elk van de hypothesen. De methoden zijn nog in ontwikkeling. Het Nederlands Forensisch Instituut doet bijvoorbeeld onderzoek naar detectie van de subtiele kleurveranderingen in het gezicht die door de bloedstroom ontstaan, en heeft daarbij uitdrukkelijk gemeld dat de techniek nog niet beschikbaar is voor zaakonderzoek (16). Een deskundige die een zekerheid rapporteert die het vakgebied niet biedt, wordt een risico zodra hij ter zitting wordt bevraagd.
7. Zoek bevestiging buiten het bestand
De sterkste echtheidsargumenten liggen meestal niet in het bestand zelf. Een opname die aansluit op een agenda-afspraak, een toegangslogboek, een treinkaartje, een bankafschrift, een weerbericht en twee getuigen die hetzelfde gesprek beschrijven, is moeilijk aan te vallen, wat de metadata ook laten zien. Omgekeerd verdient een productie die in het luchtledige hangt — geen afzender, geen apparaat, geen tweede exemplaar, geen gelijktijdige vermelding elders — argwaan, ook als ze er perfect uitziet. Dat omringende feitenbeeld reconstrueren in omvangrijke dossiers is gewoon proceswerk, en het is doorgaans waar documentzware zaken worden beslist; onze bijdrage over feitenreconstructie in documentzware dossiers gaat dieper op die werkwijze in.
Een productie van de wederpartij betwisten
Een betwisting staat of valt met concreetheid. Rechters hebben terecht weinig geduld met een partij die in het algemeen roept dat er is vervalst en vervolgens aanhouding en een deskundige op kosten van de ander vraagt.
- Vraag eerst het origineel en de verkrijgingsgeschiedenis op. Een verzoek om het oorspronkelijke bestand, de bestandsmetadata, het bronapparaat of account en de route waarlangs het stuk in het dossier is beland, is goedkoop, proportioneel en veelzeggend. Weigering of onvermogen om dat te leveren is op zichzelf al een argument over de bewijswaarde.
- Noem gronden, geen vermoedens. Benoem wat er niet klopt: een tegenstrijdigheid tussen de opname en een onbetwist stuk, een schaduw of weerspiegeling die niet past bij het gestelde tijdstip, een encodersignatuur die niet strookt met het genoemde apparaat, een chatexport met een berichtvolgorde die het platform niet produceert, een stemfragment zonder ademhaling of ruimteklank.
- Sluit aan bij de toepasselijke bepaling. Ontken de echtheid in de vorm die de wet vereist, zodat de hierboven beschreven gevolgen voor de bewijslast daadwerkelijk intreden en niet blijven steken in retoriek.
- Stel een proportioneel onderzoek voor. Formuleer de vragen, benoem het beschikbaar te stellen materiaal en ga in op de kosten. Een afgebakende, goed geformuleerde opdracht wordt veel eerder toegewezen dan een open verzoek om een forensisch rapport.
- Houd het standpunt over de bewijswaarde open. Ook als de echtheid niet kan worden weerlegd, raakt een onverklaard gat in de herkomst de waarde die de rechter aan het stuk toekent. Voer dat subsidiair aan.
Uw eigen productie verdedigen
Als het materiaal van uw cliënt er waarschijnlijk toe doet, behandel het dan vanaf de eerste dag als betwist en niet pas vanaf de dag waarop het wordt aangevallen.
- Haal het origineel van het bronapparaat en houd dat apparaat of account beschikbaar in plaats van het te wissen of te vervangen.
- Bereken de hashwaarde bij de intake, zet er een tijdstempel op en noteer beide in het dossier.
- Laat degene die het materiaal heeft gemaakt of ontvangen een korte, ondertekende verklaring over de herkomst afleggen waarin de omstandigheden van de opname in eigen woorden worden beschreven.
- Werk nooit met een doorgestuurd bericht als het origineel bestaat; bestaat alleen die doorgestuurde versie, zeg dat dan met zoveel woorden in plaats van haar als origineel te presenteren.
- Bewaar de omringende context — het volledige gesprek, de aangrenzende bestanden, de back-up van het apparaat — omdat selectief bewaren zelf wordt aangevallen.
- Is het materiaal beslissend en de wederpartij goed toegerust, overweeg dan deskundigenonderzoek vóór het in het geding brengen, zodat het antwoord op een vervalsingsverwijt al klaarligt.
Vertrouwelijkheid speelt hierbij doorlopend mee. Cliëntmateriaal hoort te worden verwerkt in de omgevingen die het kantoor voor die categorie gegevens heeft goedgekeurd, en een bestand waarvan de echtheid ter discussie kan komen, hoort niet door consumententoepassingen te gaan die het hercoderen. Het praktische kader daarvoor staat in onze uitleg over veilig AI-gebruik voor advocaten en over documentanalyse in de advocatuur.
Waarom een detectiescore geen bewijs is
De markt biedt inmiddels veel tools die een waarschijnlijkheid rapporteren dat een afbeelding, video of stemfragment synthetisch is. Ze zijn nuttig om materiaal voor te selecteren. Ze zijn op zichzelf geen basis voor een processueel standpunt.
Het kernprobleem is generalisatie. Een detector leert de artefacten van de generatoren en datasets waarop hij is getraind, en presteert slechter zodra hij een generator, een compressieketen of een opnamesituatie tegenkomt die daarbuiten valt. Een onderzoek uit 2026 dat detectie op veertien benchmarkdatasets vergeleek, vond dat modellen die op het meest recente materiaal waren getraind goed presteerden op hun eigen testset maar slecht generaliseerden naar oudere benchmarks, en dat de gekozen architectuur de terugval tussen datasets aanzienlijk beïnvloedde (9). Gemiddelde nauwkeurigheid op een benchmark is niet de foutkans bij het betwiste bestand, en alleen dat bestand doet er voor de rechter toe.
Een goed voorbereide wederpartij zal daarnaast drie bezwaren opwerpen. Een gesloten tool die zijn redenering niet kan uitleggen, biedt geen ruimte voor tegenspraak, en dat is nu juist wat artikel 6 EVRM verlangt. Een tool die één percentage teruggeeft, nodigt de rechter uit een waarschijnlijkheid als vaststelling te lezen. En detectie is niet hetzelfde als authenticatie: aantonen dat een bestand sporen draagt die passen bij generatie, is iets anders dan aantonen dat dít bestand op dát moment van dát apparaat afkomstig is. Gebruik detectoren om te beslissen of u een deskundige inschakelt. Gebruik ze niet als deskundige.
De technische gids van de CCBE verwoordt het beroepsmatige punt in algemene zin: deskundig gebruik van AI-hulpmiddelen omvat begrip van hun grenzen en het behoud van eigen verantwoordelijkheid voor de conclusie die eruit wordt getrokken (12).
Een intakeprotocol van één pagina voor cliëntmateriaal
De meeste winst zit in een routine van tien minuten bij de intake. Het volgende overzicht is kort genoeg om ook echt te worden gebruikt.
- Wat is het stuk precies, en wat zou het moeten aantonen?
- Wie heeft het gemaakt, op welk apparaat of in welk account, en op welke datum?
- Is dit het origineel of een kopie? Als het een kopie is: hoeveel generaties verder, en bestaat het origineel nog?
- Waar is het bewaard en wie had toegang?
- Is het bewerkt, geconverteerd, ingekort, verbeterd of gecomprimeerd — ook door degene die het aanlevert?
- Hashwaarde vastgelegd? Gekwalificeerd tijdstempel gezet? Beide genoteerd in het dossier?
- Is het bronapparaat of account bewaard en beschikbaar voor onderzoek?
- Welk onafhankelijk materiaal bevestigt of weerspreekt het?
- Als de wederpartij morgen vervalsing stelt, wat leggen wij dan over?
Die laatste vraag verandert gedrag. Een bestand dat die vraag niet doorstaat, hoort met de cliënt te worden besproken vóór het in het geding wordt gebracht, niet daarna.
Wat te doen in de komende 30 dagen
Kantoren hebben geen programma voor synthetische media nodig. Ze hebben een handvol gewoonten nodig, ingebed in dossiers die al lopen.
- Voeg herkomstvelden toe aan het intakeformulier dat wordt gebruikt wanneer cliënten foto’s, video, audio of screenshots aanleveren, en maak hashen en tijdstempelen de standaard in plaats van de uitzondering.
- Schrijf een interne notitie van twee pagina's met de bovenstaande vragen, de bepaling waarop uw procesadvocaten zich beroepen bij het ontkennen van de echtheid, en het moment waarop een deskundige wordt ingeschakeld.
- Weet wie uw deskundigen zijn voordat u ze nodig hebt. Breng in kaart welke laboratoria in uw rechtsgebied echtheidsonderzoek aan beeld, video en audio doen, met hun doorlooptijden en indicatieve kosten.
- Beoordeel lopende dossiers op blootstelling. Welke zaken draaien om een foto, een opname of een screenshot waarvan de herkomst door niemand is vastgelegd?
- Instrueer het procesteam over het liar’s dividend, zodat een niet onderbouwd vervalsingsverwijt wordt beantwoord met herkomst en de eis van concrete gronden, en niet met een kostbaar en overbodig deskundigenrapport.
Hoe dit aansluit op de manier waarop LexVera juridisch werk ondersteunt
Echtheidsdiscussies zijn in de kern discussies over herleidbaarheid: is deze stelling terug te volgen naar het materiaal waarop ze steunt, en kan een ander diezelfde route nalopen? Dat is precies de discipline die ook voor ieder AI-gebruik in juridisch werk hoort te gelden.
LexVera is daaromheen gebouwd. Analyse blijft verbonden met het materiaal waaruit ze voortkomt, zodat een advocaat vanuit een zin in een samenvatting terug kan naar de passage, het document of de uitspraak die haar draagt, in plaats van een vlot geformuleerde alinea op gezag aan te nemen. Analyse van de tegenpositie hoort bij het werk en is geen extra: in een betwiste zaak is de bruikbare vraag wat het standpunt onderuit kan halen, niet wat het bevestigt. Dossiermateriaal blijft binnen de context die het kantoor daarvoor heeft goedgekeurd. En het platform is zo ingericht dat een bevoegde advocaat bepaalt wat advies, correspondentie of processtuk wordt — het oordeel en de verantwoordelijkheid blijven waar de beroepsregels ze leggen. Datzelfde onderscheid tussen bronfeit, professionele duiding en productcontext ligt ten grondslag aan ons redactionele beleid.
Veelgestelde vragen
Is een deepfake toelaatbaar als bewijs?
Toelaatbaarheid en bewijskracht volgen uit het nationale procesrecht. In Nederland geldt de vrije bewijsleer: bewijs kan door alle middelen worden geleverd en de waardering is aan de rechter. De vraag is dus niet of synthetisch materiaal categorisch is uitgesloten, maar of de partij die zich op een bestand beroept kan laten zien waar het vandaan komt en dat het niet is gewijzigd.
Betekent de AI-verordening dat materiaal zonder label echt is?
Nee. Artikel 50 verplicht aanbieders om synthetische output te markeren en gebruiksverantwoordelijken om deepfakes bekend te maken, en geldt sinds 2 augustus 2026. Die plicht bindt partijen die zich aan de regels houden, niet iemand die wil misleiden, en voor bepaalde bestaande systemen loopt een overgangstermijn tot 2 december 2026. Het ontbreken van een label zegt niets over echtheid.
Wie moet bewijzen dat een video of opname echt is?
Dat hangt af van het stuk en het rechtsstelsel. De vrije bewijswaardering is het uitgangspunt, maar verschillende bepalingen verschuiven de praktische bewijslast zodra de echtheid deugdelijk wordt betwist: artikel 159 lid 2 Rv, § 440 ZPO en de verificatieprocedure van de artikelen 287 en 288-1 van de Franse Code de procédure civile.
Kan een AI-detector bewijzen dat een video een deepfake is?
Een detectiescore is een aanwijzing, geen bewijs. Gepubliceerd onderzoek laat zien dat de nauwkeurigheid daalt zodra een model generatoren of compressiecondities tegenkomt waarop het niet is getraind, en het percentage van een tool zegt niets over de foutkans bij juist dit bestand. De rechter verwacht een methode die een deskundige kan uitleggen en de wederpartij kan toetsen.
Hoe stellen wij cliëntmateriaal veilig zodat het een betwisting doorstaat?
Neem het origineel van het apparaat waarop het is gemaakt, leg een hashwaarde vast, zet er een gekwalificeerd elektronisch tijdstempel op, noteer wie het wanneer en hoe heeft aangeleverd, en houd het bronapparaat of account beschikbaar. Berichtenapps hercoderen beeld en geluid en wissen metadata, waardoor een doorgestuurde kopie precies verliest waar een onderzoeker naar kijkt.
Wat als de wederpartij stelt dat onze echte opname door AI is gemaakt?
Antwoord met herkomst in plaats van verontwaardiging: het originele bestand, de vastlegging van de ontvangst, een onafhankelijk tijdanker, ondersteunende stukken en, als de betwisting voldoende is onderbouwd, deskundigenonderzoek. Vraag de wederpartij concrete gronden te noemen; een kale stelling hoort de kosten van het bewijs niet te verschuiven.
Hebben wij een door de rechter benoemde deskundige nodig, of kunnen wij zelf opdracht geven?
Beide routes bestaan in de Europese stelsels en dienen verschillende doelen. Een eigen onderzoek is sneller en nuttig om te bepalen of een betwisting de moeite waard is. Een door de rechter benoemde deskundige weegt in het vonnis doorgaans zwaarder, en de mogelijkheid van partijen om aan dat onderzoek deel te nemen en zich erover uit te laten hoort bij het recht op een eerlijk proces. Kies vroeg, want de termijnen laten zelden beide toe.
Bronnen en verantwoording
Deze bijdrage berust op wetgeving, Commissiedocumenten, forensische best practices en gepubliceerd onderzoek zoals beschikbaar op 15 augustus 2026. Zij onderscheidt bindende tekst van niet-bindende richtsnoeren en van technische literatuur. Nationaal procesrecht is op hoofdlijnen weergegeven om te laten zien waar de bewijslast verschuift; het gaat om algemene beroepsinformatie en niet om advies in een concreet geschil, en de toepasselijke wet, rechtspraak en lokale praktijk moeten per geval worden nagegaan.
- Verordening (EU) 2024/1689 (AI-verordening), artikel 3, punt 60, en artikel 50
- Europese Commissie, definitieve richtsnoeren bij de transparantieverplichtingen van artikel 50, 20 juli 2026
- Europese Commissie, praktijkcode transparantie van door AI gegenereerde inhoud, 10 juni 2026
- Verordening (EU) 2026/1744, Digitale Omnibus voor AI
- Verordening (EU) 910/2014 (eIDAS), artikel 41 over gekwalificeerde elektronische tijdstempels
- ENFSI, Best Practice Manual for Digital Image Authentication (ENFSI-BPM-DI-03)
- ENFSI, best practice manuals, waaronder authenticiteitsonderzoek van digitale audio
- C2PA, technische specificatie Content Credentials (in standaardisatie als ISO 22144)
- Yermakov e.a., Deepfake Detection that Generalizes Across Benchmarks, WACV 2026
- Chesney en Citron, Deep Fakes: A Looming Challenge for Privacy, Democracy, and National Security, 107 California Law Review 1753 (2019)
- Advisory Committee on Evidence Rules, agenda book mei 2026, over de voorgestelde Rules 707 en 901(c)
- CCBE, technische gids over het gebruik van AI-hulpmiddelen en -modellen door advocaten, 27 maart 2026
- Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, artikelen 152 en 159
- Zivilprozessordnung, § 371a, met § 286 en § 440
- Code civil, artikel 1379, met de artikelen 1366 en 1367 en de artikelen 287 en 288-1 van de Code de procédure civile
- Nederlands Forensisch Instituut, onderzoek naar het herkennen van deepfakes via bloedstroomsignalen in het gezicht